
|
De Haas Brandpreventie |
|
Voorkomen is beter dan genezen |
|
Brandblusmiddelen |
|
AANTAL EN KEUZE VAN BRANDBLUSMIDDELEN Blustoestellen moeten in een gebouw zodanig worden geplaatst dat bij een calamiteit het blustoestel zo snel mogelijk kan worden ingezet. Blustoestellen moeten zichtbaar en bereikbaar zijn. In de praktijk betekend dit dikwijls dat de locatie van het blustoestel met een pictogram wordt aangeduid, dat de loopafstand naar een blustoestel niet meer dan 30 meter bedraagt en de onderlinge afstand van twee blustoestellen niet meer dan 60 meter is..
In de nieuwe norm NEN 4001 is aangegeven hoeveel brandblussers er nu eigenlijk geplaatst moeten worden. Daarbij wordt uitgegaan van een aantal factoren zoals:
|
|
Welke type brandblussers zijn er? (Sproei)schuimblussers Poederblussers Koolzuursneeuwblussers Brandklassen!
Wanneer gebruik ik welke brandblusser? (Sproei)schuimblussers Poederblussers Koolzuursneewblussers/ CO2-blussers Waar plaats ik brandblussers? Welke regelingen zijn relevant? ▪ NEN-4001 voor de vaststelling van het aantal en soort draagbare blustoestellen (projectering). ▪ NEN-2559 voor het onderhoud van draagbare en verrijdbare blusmiddelen. ▪ NEN-671-3 voor het onderhoud van brandslanghaspels. ▪ Bouwbesluit 2003 m.b.t. brandslanghaspels ▪ Arbowet/ Wet milieubeheer/ MBBV/ verzekeraar |
|
|
Symbool / Brandklasse |
Brandstof |
Kenmerken |
Voorbeelden |
Blusstof |
|
|
|
vaste, niet smeltende stoffen |
gloed en vlammen |
papier, hout, textiel, verpakkings - materiaal |
water, schuim, ABC poeder |
|
|
|
vloeistoffen en smeltende vaste stoffen |
vlammen |
oplosmiddelen, olie, benzine, was, vet, kunststoffen |
schuim, BC poeder, ABC poeder, CO2 |
|
|
|
gassen |
vlammen |
aardgas, LPG, butaan, propaan |
BC poeder, ABC poeder, CO2 |
|
|
|
metalen |
gloed |
aluminium, natrium, magnesium |
D poeder (metaalbrand- poeder) |
|
|
|
brand in of aan onder elektrische spanning staande apparatuur |
gloed en vlammen |
computers, telefooncentrales, schakelkasten |
CO2 |